| Preek van de week |
|
|
||
| 10 januari - doop van Jezus |
|
|
Lezingen:
Jesaja
42,1-7
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Heel
ons christelijk leven vertrekt vanuit het doopsel. We zijn kort na onze
geboorte gedoopt en daardoor ingelijfd in de christengemeenschap. Wij
hebben het zelf niet gekozen. Onze ouders hebben het ons aangedaan, net
zoals het leven zelf. Hij vertrok vanuit Nazaret in Galilea om zich in de
Jordaan door Johannes te laten dopen. En toen Hij uit het wateropsteeg,
daalde de Geest op Hem neer en kwam er een stem uit de hemel: Jezus vindt dus het sacrament van het doopsel niet uit.
Hij treft het aan als deel van het Oude Verbond, en hij vernieuwt het. Hij
maakt een nieuw begin. Zijn doop is het moment van het begin van de
christelijke dooppraktijk.
Het doopsel is voor christenen het sacrament van de ‘intrede’
in het geloof. Intreden betekent hier: binnengaan in die ontmoeting met
Jezus Christus. Het is een nieuw leven binnengaan.Het is gestalte geven
aan Jezus boodschap van gerechtigheid, vrede en liefde. En doorheen dit
alles beseffen en ervaren dat wij geborgen zijn in het mysterie van
goddelijk leven. Daarom wordt bij het dopen over elke mens, volwassen of
pasgeboren. gezegd: jij bent een Godskind. Het is het mooiste wat een mens
ooit zal horen. Als de hemel opengaat ontdekt de mens dat zijn naam
gekend, gekoesterd en onthouden wordt in Gods hart. Uiteindelijk ligt ons
bestaan in goede handen, wat er ons ook overkomt.
Dat alles behoort tot de rijkdom van het doopsacrament.
Maar er is wel een groot verschil in beleving tussen iemand die als
volwassen man of vrouw zich laat dopen en bewust daarvoor kiest, en een
kinderdoop waarbij de ouders, peter en meter de verantwoordelijkheid op
zich nemen om het kindje binnen te leiden in de christelijke
geloofsgemeenschap. En dit laatste is niet zo vanzelfsprekend meer omdat de
meeste ouders nog wel gelovig zijn maar zelf weinig of geen band meer
hebben met een levende christengemeenschap. Geloofsoverdracht is heel
miniem en bijna onmogelijk als men in het gezinsleven weinig of niets meer
beleeft en doorgeeft. Daar huist de vonk van de Geest die ons leven bezielt en
heelt .Als de hemel opengaat is er een stem die spreekt: je G. Braet o.p. |
| |