Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  26 september - zesentwintigste zondag 2010 afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Amos 6,1a.4-7
Lucas 16,19-31

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Kijk naar de vuilnisbakken...

De verhalen die Jezus vertelde hebben altijd iets met ons leven te maken.
Zij willen ons altijd – op de één of andere manier – doen nadenken.Het zijn stuk voor stuk wegwijzers naar een samenleving waarin het goed is voor iedereen. Vandaag staan we stil bij het verhaal van de rijke man en de arme bedelaar Lazarus.

De rijke man is het gewoon in rijkdom te leven. Hij vindt het gewoon, zelfs na zijn dood, dat hij iedereen voor zijn kar kan spannen: ‘Vader Abraham stuur a.u.b. Lazarus op’ zegt hij. Uit dat ‘a.u.b.’ blijkt echter wel dat hij al een toontje lager zingt. De rijke man heeft in dit verhaal geen naam. Het kan dus ieder van ons zijn. De arme bedelaar echter heeft van in het begin van het verhaal tot op het einde wel een naam, Lazarus.
Het is die Lazarus waarover we nog steeds zingen in het lied: ‘In Paradisum’ dat vaak gezongen wordt op het einde van een uitvaartdienst: ‘Mogen Gods engelen u naar het Paradijs geleiden.’ De gestorvene zal er de martelaren aantreffen en de eertijds zo arme Lazarus. Hij is dus nog altijd actueel. Het is een naam die ‘trouw’ veronderstelt, want zowel de trouwe dienaar van Abraham als de zoon van Aäron (de hogepriester) heetten ook Lazarus. De naam Lazarus betekent: God helpt. En in dit verhaal wordt eigenaardig genoeg: ‘God helpt’ niet geholpen. In het verhaal staat dat de arme bedelaar Lazarus aan de poort van de rijke ligt. Anders gezegd: ‘God helpt’ ligt aan de poort van mensen te bedelen.

De rijke vond chique kledij, feestelijk eten gewoon. Hij bekommerde zich niet om Lazarus en zag hem zelfs niet zitten. Tussen het leven van de rijke en het leven van Lazarus gaapte er toen al een grote kloof. De kloven tussen mensen worden niet in de hemel gemaakt, maar hier op aarde. De arme Lazarus lag aan zijn poort als uitnodiging/uitdaging om die kloof te dichten. De rijke moest alleen maar iets verder kijken dan de poort die zijn bezittingen beveiligde om het niet meer normaal te vinden dat hij zo rijkelijk leefde terwijl die arme Lazarus zo arm was dat hij moest bedelen.

Veronderstel nu eens dat wij door allerlei tegenslagen geen andere uitweg zien dan te bedelen. We staan te twijfelen of we gaan aanbellen bij poort A of bij poort B. A, daar woont iemand die het normaal vindt dat hij/zij niets te kort heeft. B, daar woont iemand die met ogen open voor de noden van anderen leeft, zo wat in de voetsporen van pater Damiaan. Ik denk dat onze keuze vlug gemaakt is.

God zij dank, staan wij niet voor die keuze. Maar dankzij God staan wij wel voor een andere keuze: in welke voetsporen leven wij?

  • In de voetsporen van A die het normaal vindt dat hij/zij niets te kort heeft en vindt dat hij/zij alleen door hard te werken zover gekomen is? Ikke en de rest kan stikken.
  • In de voetsporen van B die oog heeft voor de noden van anderen?

Tussen haakjes: noodlijdenden komen elke dag b.v tijdens het radio- of televisiejournaal aan onze poort liggen.

Misschien moeten we die vraag nu hier in de kerk niet beantwoorden, maar moeten we vooraleer we deze vraag beantwoorden eerst eens door ons huis, onze garage, onze tuin wandelen en eens rond kijken. Laten we vooral onze kleerkast, onze keukenkasten, onze auto niet vergeten. Vinden we het normaal dat alles wat daar staat of ligt, daar staat of ligt en van die kwaliteit is? Houdt het onze ogen vast? Of geeft het ons nog de ruimte om te kijken naar en mee te voelen met mensen die heel hun hebben en houden in een kartonnen doos met zich mee dragen door bv. het overstroomde gebied in Pakistan? Hoe groot is de kloof tussen ons en de armen?

Abraham raadde vanuit de hemel aan naar Mozes en de profeten te luisteren. Wij zijn, juist zoals de broers van de rijke aangewezen op de Bijbel. Vandaag hoorden we twee lezingen die ons kunnen helpen: het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus, maar ook een stukje uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs. Paulus schrijft: ‘Jij, dienaar van God (het feit dat we hier in de kerk zitten bewijst dat we dat willen zijn), streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid.’ Hier worden ons middelen aangereikt om de kloof tussen rijk en arm te dichten. Gaan we er iets mee doen?

Ten slotte nog een hulpmiddeltje om onszelf beter in te schatten:

Als je wilt weten of je in een rijkeluis- of in een armeluisbuurt bent, moet je kijken naar de vuilnisbakken.

  • Als je geen vuilnis en ook geen vuilnisbakken ziet, zijn de mensen er stinkend rijk.
  • Als je wel vuilnisbakken maar geen vuilnis ziet, zijn de mensen er gewoon rijk.
  • Als je vuilnis naast de vuilnisbakken ziet, is de buurt niet rijk en niet arm, maar toeristisch.
  • Als je vuilnis maar geen vuilnisbakken ziet, is het een arme buurt.
  • Als er mensen tussen de vuilnis wonen is de buurt straatarm.
    (uit Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran – Eric Emmanuel Schmitt.)

Beste mensen, laten we het verhaal van Jezus dat we vandaag hoorden niet zomaar naast ons neerleggen, maar mogen de uitnodiging en de uitdaging die erin zit ons helpen om onze wereld leefbaar te maken voor iedereen.

M.-Louise Verlinden

  Prekenlijst