| Preek van de week |
|
|
||
| 26 september - zesentwintigste zondag 2010 |
|
|
Lezingen: Amos
6,1a.4-7
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
De verhalen die Jezus
vertelde hebben altijd iets met ons leven te maken. De rijke man is het gewoon in rijkdom te leven. Hij vindt
het gewoon, zelfs na zijn dood, dat hij iedereen voor zijn kar kan spannen:
‘Vader Abraham stuur a.u.b. Lazarus op’ zegt hij. Uit dat ‘a.u.b.’
blijkt echter wel dat hij al een toontje lager zingt. De rijke man heeft in
dit verhaal geen naam. Het kan dus ieder van ons zijn. De arme bedelaar
echter heeft van in het begin van het verhaal tot op het einde wel een naam,
Lazarus. De rijke vond chique kledij, feestelijk eten gewoon. Hij
bekommerde zich niet om Lazarus en zag hem zelfs niet zitten. Tussen het
leven van de rijke en het leven van Lazarus gaapte er toen al een grote
kloof. De kloven tussen mensen worden niet in de hemel gemaakt, maar hier op
aarde. De arme Lazarus lag aan zijn poort als uitnodiging/uitdaging om die
kloof te dichten. De rijke moest alleen maar iets verder kijken dan de poort
die zijn bezittingen beveiligde om het niet meer normaal te vinden dat hij
zo rijkelijk leefde terwijl die arme Lazarus zo arm was dat hij moest
bedelen.
Veronderstel nu eens dat wij door allerlei tegenslagen
geen andere uitweg zien dan te bedelen. We staan te twijfelen of we gaan
aanbellen bij poort A of bij poort B. A, daar woont iemand die het normaal
vindt dat hij/zij niets te kort heeft. B, daar woont iemand die met ogen
open voor de noden van anderen leeft, zo wat in de voetsporen van pater
Damiaan. Ik denk dat onze keuze vlug gemaakt is.
God zij dank, staan wij niet voor die keuze. Maar dankzij
God staan wij wel voor een andere keuze: in welke voetsporen leven wij?
Tussen haakjes: noodlijdenden komen elke dag b.v tijdens
het radio- of televisiejournaal aan onze poort liggen.
Misschien moeten we die vraag nu hier in de kerk niet
beantwoorden, maar moeten we vooraleer we deze vraag beantwoorden eerst eens
door ons huis, onze garage, onze tuin wandelen en eens rond kijken. Laten we
vooral onze kleerkast, onze keukenkasten, onze auto niet vergeten. Vinden we
het normaal dat alles wat daar staat of ligt, daar staat of ligt en van die
kwaliteit is? Houdt het onze ogen vast? Of geeft het ons nog de ruimte om te
kijken naar en mee te voelen met mensen die heel hun hebben en houden in een
kartonnen doos met zich mee dragen door bv. het overstroomde gebied in
Pakistan? Hoe groot is de kloof tussen ons en de armen?
Abraham raadde vanuit de hemel aan naar Mozes en de
profeten te luisteren. Wij zijn, juist zoals de broers van de rijke
aangewezen op de Bijbel. Vandaag hoorden we twee lezingen die ons kunnen
helpen: het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus, maar ook een stukje
uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs. Paulus schrijft: ‘Jij,
dienaar van God (het feit dat we hier in de kerk zitten bewijst dat we dat
willen zijn), streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde,
volharding en zachtmoedigheid.’ Hier worden ons middelen aangereikt om de
kloof tussen rijk en arm te dichten. Gaan we er iets mee doen?
Ten slotte nog een hulpmiddeltje om onszelf beter in te
schatten:
Als je wilt weten of je in een rijkeluis- of in een
armeluisbuurt bent, moet je kijken naar de vuilnisbakken.
Beste mensen, laten we het verhaal van Jezus dat we
vandaag hoorden niet zomaar naast ons neerleggen, maar mogen de uitnodiging
en de uitdaging die erin zit ons helpen om onze wereld leefbaar te maken
voor iedereen.
M.-Louise Verlinden
|
| |