Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  10 oktober - achtentwintigste zondag 2010 afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

2 Koningen 5,14-17
Lucas 17,11-19-16

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Dankbaarheid

'Godzijdank!' hoor je mensen soms zeggen als ze aan een dreigend gevaar zijn ontsnapt of hun onverhoopt te beurt is gevallen waar ze vergeefs naar uitgekeken hebben. Maar menen ze echt wat ze zeggen? Danken ze God omdat hij ervoor heeft gezorgd? Zeer waarschijnlijk is het niet meer dan een spontane uitroep van blijdschap. Toch hebben we veel redenen om God te danken voor veel dingen die ons te beurt vallen.
Volgens het evangelie was er maar één van de tien genezen melaatsen die onderweg naar de priesters op zijn stappen terugkeerde om Jezus op zijn knieën te danken en God te loven. Een Samaritaan, een Joodse ketter dan nog wel. Waarom de negen andere niet? Het geeft te denken.

De Joodse wet schreef voor dat iemand die officieel melaats was verklaard "zijn kleren (moest) scheuren, zijn haar los laten hangen, baard en snor bedekken en 'onrein, onrein' roepen" (Leviticus 13,45). Een luide waarschuwing: 'Pas op, blijf uit mijn buurt!'. Hij moest apart gaan wonen, afgezonderd van de gemeenschap der gezonde mensen.

De tien melaatsen riepen iets anders. 'Jezus, ontferm u over ons!'. Jezus deed niet wat ze misschien hoopten en al eerder had gedaan (zie Lucas 5,13). Hij respecteerde de wet en raakte hen niet aan. Hij zei gewoon dat ze nog eens naar de priesters moesten gaan die hen genezen konden verklaren.

De Samaritaan die onderweg zijn genezing constateerde, keerden zich om. Hij bekeerde zich tot de ware God die geen onderscheid tussen personen maakt en tussen hen niet de grenzen trekt die mensen trekken. En hij loofde God. Dat deed ook de melaatse Syrische generaal die weer een gezonde huid kreeg (zie de eerste lezing). Eigenlijk zijn de twee genezingsverhalen dus bekeringsverhalen. Een les voor de 'ware' Joodse gelovigen.*

Van melaatsheid hebben wij in onze streken nooit veel last gehad. Waar ze vandaag nog voorkomt is die huidziekte gemakkelijk te genezen. Een doeltreffende behandeling kost volgens de Damiaanactie maar 40 euro per patiënt. Maar er bestaat ook een onderhuidse melaatsheid en daar hebben wij wel veel last van. Iedereen dreigt erdoor aangetast te worden. De symptomen zijn duidelijk zichtbaar. We zien ze aan het woekeren in allerhande vormen van openlijke en subtiele sociale uitsluiting. Ze woekert waar mensen andere mensen mijden als de pest en in de marge isoleren. Mensen die niet tot 'de onzen' behoren omdat ze uit den vreemde komen. Omdat ze anders leven en denken dan onze normen voorschrijven. Onderhuidse melaatsheid maakt ons samenleven ziek.

Tegen die ziekte is geen geneeskundig kruid gewassen. Om ervan genezen te worden is een bekering nodig. We moeten ons bekeren tot onze God die tussen de mensen niet de lijnen en grenzen trekt die wij trekken. En als we dan de tekenen van onze genezing ervaren, moeten we een voorbeeld nemen aan de genezen Samaritaan. God loven en danken.

Want ook ondankbaarheid is een ziekte waaraan veel mensen lijden. Ze vinden het normaal dat hun wieg hier stond, dat er mensen zijn die om hen geven, dat ze talenten hebben gekregen en ze konden ontwikkelen, dat ze gezonde kinderen hebben, een fatsoenlijk inkomen en welvaart en welzijn. Ze staan er niet bij stil dat het hun zomaar, onverdiend is gegeven. God zij dank!

We beseffen veel te weinig hoe veel redenen we hebben om God op beide knieën te danken. Aan God hebben we het ook te danken dat we veel goede mensen mogen danken die er mee voor zorgen dat ons de dingen te beurt vallen die we niet zelf hebben verdiend. Onze dankbaarheid bewijzen we het best door hen die zo veel levensbelangrijke dingen moeten missen niet te mijden als waren ze melaats, maar er mee voor te zorgen dat ze menswaardig te kunnen leven.

* De volgende alinea is geïnspireerd door Cees Remmers, Het woord doen, Gooi & Sticht 2003, p. 143

B.J. De Clercq o.p.

 
  Prekenlijst