Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  10 oktober - achtentwintigste zondag 2010 afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

2 Koningen 5,14-17
Lucas 17,11-19-16

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Traditie geen dwangbuis

Toch wel merkwaardig dat die Samaritanen, dat ketters tuig, bij Lucas een voorbeeldfunctie toebedeeld krijgen. Of komt dat omdat hij gewoon niet anders kan, gezien de gemeenschap waarvoor hij zijn boodschap verkondigt? De meerderheid is niet vertrouwd met de joodse traditie. Hij beseft dat hij het verhaal over Jezus op een nieuwe manier moet vertellen. Alleen zo is er toekomst voor de Jezusbeweging. Er zullen zich in die eerste eeuwen nog dergelijke ontwikkelingen voordoen. Traditie is namelijk geen dwangbuis. Traditie is dragende grond, stimulerende inspiratie bij steeds nieuwe uitdagingen.

Deze flexibiliteit is reeds duidelijk in het Nieuwe Testament zelf. Met een duur woord noemen we dat: ‘contingentie’. Dat betekent: zoals ze thans voorligt is de Jezusbeweging gewoon mensenwerk met alle kenmerken van dien: feilbaar, voorlopig, toevallig zus of zo. Maar niet onfeilbaar of door God zo bepaald. De verscheidenheid die we aantreffen hoeft dus niet te verwonderen. Hetzij in Jezusbeelden, hetzij in kerkbeelden. Er is geen van bovenaf verplichte vorm van christelijk leven. Het is allemaal mensenwerk. Zo gaat het de hele geschiedenis door. Toevallige factoren hebben er toe geleid dat de christelijke beweging staatskerk werd, dat ze verwikkeld geraakte in een machtsstrijd met de wereldlijke heersers. We kunnen aanwijzen hoe het komt dat de kerk tot een machtsinstituut is uitgegroeid. Daar ligt zeker geen goddelijke wil aan ten grondslag. Het had evengoed anders gekund.

Dat geldt ook voor de aanspraken die de kerk voor zich is gaan opeisen. Ze ging er zich op beroepen de waarheid te bezitten, en wel door goddelijke openbaring. Elke relativering daarvan was kortzichtig mensenwerk.

Bovendien zorgde die goddelijke openbaring ook voor een absoluut betrouwbare continuïteit. In de leer kon de kerk niet falen. Die leer was dus ook altijd in overeenstemming met het verleden. Van breuken was gewoon geen sprake. Alles wat de kerkleiding voorhoudt is in het verlengde met wat destijds werd voorgehouden. De homogeniteit met het verleden prevaleert. Om dat te illustreren worden in kerkelijke documenten ten overvloede teksten geciteerd van vroegere pauselijke uitspraken, vroegere concilies. Ze moeten duidelijk maken dat er nooit iets nieuws gezegd wordt. Men houdt het steeds bij dezelfde leer.
En mocht iets nieuw lijken: laat u dan niet afschrikken. Het is maar schijn. Want het kan hooguit een verduidelijking en in het uiterste geval een nuancering zijn van vroegere leerstellingen. Van breuken kan geen sprake zijn. Het zou de geloofwaardigheid van het hele systeem aantasten.

Daarom gaat de huidige paus ook zo te keer tegen de hedendaagse cultuur waar zo veel vaste overtuigingen van vroeger in vraag worden gesteld. De visie op andere godsdiensten en de vragen die gesteld worden bij het uniek karakter van het christendom, de vrijheid van geweten die als evidentie ervaren wordt, eeuwenoude morele normen die in vraag worden gesteld, maatschappelijke erkenning van het homohuwelijk, politieke systemen die pretenderen de menselijke vrijheid of de solidariteit te dienen. Alsof dat allemaal moet kunnen. Wij zijn beland in de dictatuur van het relativisme. En daaraan mogen we niet toegeven.

De recente klemtonen van het kerkelijk beleid illustreren nog maar eens het onvermogen van de kerk om haar contingentie te aanvaarden. Twee voorbeelden.

Ik stel vast dat de kerkleiding gewrongen zit met de relatie tussen het godsvolk aan de basis en de ambtsdragers. Eigenlijk wil men het hiërarchisch karakter van de kerk wat in ere herstellen. Vooral het priesterschap is teveel op de achtergrond geraakt.
Natuurlijk mag dat niet ten nadele gaan van de gewone gelovigen. Dat probeert men onder meer door met veel waardering te spreken over de vrouw. De vrouw vooral als moeder. Of als maagd. Die krijgen hoge titels toegedicht: martelares of kerkleraar. Zeker als ze dood zijn. En ook de leek in het algemeen wordt gewaardeerd. Men beseft namelijk dat lekenvrijwilligers onmisbaar zijn in de kerk van morgen. Bij stervende mensen die om bijstand vragen mogen ze echter geen sacramenteel teken van Gods nabijheid stellen. De ziekenzalving blijft uitsluitend voorbehouden aan priesterhanden. Hetzelfde geldt voor de eucharistieviering. Met als gevolg dat vanaf 1 januari in de gemeenschappen van West Zeeuws Vlaanderen nog één eucharistieviering om de drie maand zal kunnen doorgaan.

Een tweede voorbeeld is de manier waarop de rechte leer opnieuw wordt centraal geplaatst. Catechese voor volwassenen hebben we nodig. Ik vind dat heel juist. Toen ik echter de film Des hommes et des dieux zag werd me heel scherp duidelijk dat ten diepste een ervaring nodig is. Een beleving.

Wanneer die Franse Trappistengemeenschap naar Tibhirine is getrokken was dat niet met de bedoeling de waarheid uit te dragen, niet om te missioneren, niet om mensen te dopen of om ze van hun ‘verkeerd’ geloof af te helpen. Ze zijn er naar toe gegaan om door hun aanwezigheid te laten zien dat samenleven in vrede mogelijk is. Dat mensen van verschillende godsdiensten in respect en waardering voor elkaars overtuiging en gebruiken een plek van vreedzaam samenleven kunnen zijn. Ze deden dat vanuit hun doorleefde bijbelse traditie. Dat was hun inspiratie en dragende grond. Daar hoefden ze niets aan af te doen.

Maar ze leerden ook de diepe inspiratie ontdekken van de moslim traditie. Er was vooral het dagelijkse leven dat ze deelden, waardoor samenhorigheid groeide. Een verbondenheid die onder meer blijkt uit het mee vieren van elkaars feesten. Ze hadden geen andere bedoeling dan er te zijn als vriend van de mensen. Niets anders. Geen poging ondernemen om een bekering uit te lokken. Integendeel. Zonder zorgen omtrent praktische resultaten en zonder nuttigheidsoverwegingen.

Hier is een andere logica voelbaar. Besef van de contingentie van de eigen religieuze traditie is geen relativisme. Het brengt wel zin voor relativiteit mee. En menselijke verbondenheid in de diepte. Aan weerszijden gedragen door een religieuze beleving. Zin voor relativiteit bewerkt openheid voor de waarde van de ander. Ze wordt aldus werktuig van vrede.

Ignace D’hert o.p.

 
  Prekenlijst