| Preek van de week |
|
|
||
| 17 oktober - negenentwintigste zondag 2010 |
|
|
Lezingen:
Exodus 17,8-13
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Twee lezingen van deze zondag
gaan over bidden. De lezing uit Exodus is het prachtig verhaal over Mozes
die met hoog opgeheven armen staat te bidden om Gods hulp in de strijd tegen
de oprukkende vijand. Het gebaar van Mozes heeft níets van het 'handen omhoog'
in een cowboyfilm, en toch heeft het er iets mee te maken. Het 'ik geef mij
over', die totale overgave aan God, dat vertrouwen. Niet alleen het
vertrouwen van Mozes, maar ook dat van Aäron en Chur, zijn broer en zijn
schoonbroer, die op die manier symbool staan voor de hele gemeenschap.
En de rechter die zich van God en de mensen niets maar
uiteindelijk toch gehoor gaf aan de weduwe om van haar gezeur verlost te
zijn: "Zal dan God niet zeker recht verschaffen aan zijn uitverkorenen
die dag en nacht tot hem roepen?"
Conclusie van beide lezingen: God redt, God verschaft
recht aan wie aanhoudend tot hem blijven bidden. En blijkbaar werkt het! In
beide gevallen zien we ook het resultaat van dat bidden en van hun
volharden. De Amalekieten werden verslagen, de weduwe kreeg haar proces.
Toch heb ik, voornamelijk bij de evangelische parabel,
het gevoel dat er iets niet klopt.
Het gaat om een gelijkenis, om een parabel. Jezus was
zeer goed in het vertellen van parabels. Maar het verhaal in een parabel
staat voor een situatie die er erg op lijkt, niet voor het gebeuren zelf.
Meestal gaan we ervan uit dat God staat voor de rechter
en dat wij, de gelovigen, staan voor de weduwe. En dat ons volhardend gebed,
ons volgehouden aandringen bij God dus noodzakelijk ook resultaat oplevert.
En daar loopt het fout. Soms blijven mensen maar bidden
en smeken tot God, en toch krijgen ze niet het resultaat waarop ze hoopten.
Ondanks hun aanhoudend bidden volgt niet de verwachte genezing, kentering of
bekering. Hun zieke wordt niet genezen, hun geliefde komt niet terug. Het
trucje werkt niet. God laat zich niet dwingen.
Zou het kunnen dat de rechter en de weduwe staan voor
iemand anders, of is er iets fout met hun bidden? Slaat het resultaat dan op
iets anders?
Misschien staat de hele vergelijking voor iets anders? Zo
zou de rechter in de parabel kunnen staan voor de lastige en vijandige
wereld, waarin de weduwe, het gelovige volk, de kerkgemeente, terecht komt
met de vraag om haar recht te verschaffen en die moet volharden om te
overleven, die moet volhouden om gehoord te worden.
Als die kerkgemeente kansen krijgt om te overleven, om
-ondanks die harde, onrechtvaardige wereld - uit te groeien tot een
gerespecteerde gemeenschap, dan is dit verhaal, deze gelijkenis, een sterke
steun voor de beproefde gemeente waarvoor Lucas schrijft. Houd vol en jullie
zullen overleven!
De rechter en de weduwe kunnen ook model staan voor iets
totaal anders. De rechter bijvoorbeeld zou ook kunnen staan als beeld voor
het ongeloof van de jonge christengemeente. Een kerkgemeente die niet wil
luisteren, die oren en ogen gesloten heeft.
De weduwe die komt, staat dan voor de Christus die maar
blijft aandringen opdat ze zouden volhouden, opdat ze toch maar over de brug
zouden komen met hun gelovig leven.
Als dàt het beeld is dat Jezus in deze parabel wilde
voorhouden, wordt de slotvraag in de laatste zin plots wel duidelijk voor
ons: 'Maar, zàl de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden.
Ik, de Mensenzoon, op zoek naar gelovigen op aarde?'
Klopt onze courante interpretatie dan niet? Is bidden dan
een illusie die niet werkt? Heeft volgehouden bidden dan geen zin? Toch wel.
Ik wil even denken aan een uitspraak van Albert Einstein in dit verband:
"bidden verandert de wereld niet, bidden verandert de mens en de mens
verandert de wereld."
Ons bidden heeft dan wel degelijk zin, zij het
onrechtstreeks. Er is niet een God die zich laat dwingen naar de vragen van
een kleine gelovige. Zeer dikwijls lijkt het of het resultaat van zijn
bidden een ander karakter krijgt, breder of universeler wordt. Ik vroeg om kracht Ik vroeg om wijsheid Ik vroeg om voorspoed Ik vroeg om moed Ik vroeg om liefde Ik vroeg om gunsten Zo ontving ik niets van wat ik vroeg Gie Stappaerts, Preekploeg Sint-Anna Ten Drieën
|
| |