| Preek van de week |
|
|
||
| 17 oktober - negenentwintigste zondag 2010 |
|
|
Lezingen:
Exodus 17,8-13
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Zonder ophouden bidden ‘Doorzetten en niet versagen’, dat is het wat je
moet doen als je iets wil bereiken in het leven. Het kan zijn dat het
dan toch nog niet lukt, maar je hebt in ieder geval toch meer kans dat
je je slag thuis haalt. In een van zijn commentaren op psalm 38) heeft
Sint-Augustinus het over het ‘bidden zonder ophouden’ (1
Tessalonicenzen 5,17). Hij schrijft: moeten wij nu altijd knielen, het
lichaam op de grond uitstrekken en de handen opheffen, omdat er staat ‘bidt
zonder ophouden’? Maar er is een ander gebed, een inwendig gebed dat geen
einde kent, namelijk het verlangen. Wie aandringt, zoals de weduwe uit het evangelie, en
zich blijft inzetten opdat gerechtigheid zou geschieden en het goede het
uiteindelijk zou mogen halen op alles wat mensonterend is, die bidt zonder
ophouden.
Dezelfde boodschap is ook terug te vinden in het
verhaal uit het boek Exodus.
Op een eerste gezicht een bizar verhaal. Er is een
oorlog in het spel. Om die te winnen kan en mag je God toch niet voor je
kar spannen – hoe dikwijls dat ook al gebeurd is?!
Wie is die vijand? Wie is die Amalek, tegen wie Mozes
en Jozua het opnemen? En toch: zelfs dat grote onrecht en dat
onbeschrijfelijke kwaad bestrijd je niet met tegengeweld.
Dat laat het verhaal zien met het beeld van een
smekende Mozes . Het verlangend bidden van Mozes om gerechtigheid heeft
meer resultaat dan het zwaard van Jozua. Want zolang Mozes met zijn armen
omhoog en uitgestrekt bidt, zijn de Israëlieten aan de winnende hand;
laat hij de armen - de moed! - zakken en verliest hij zijn vertrouwen, dan
wint de tegenpartij.
In uitzichtloze situaties kunnen alleen geheven handen
nog iets uitrichten. ‘Maar,’ vraagt Jezus op het einde van het
evangelie: ‘zal de Mensenzoon bij zijn wederkomst nog geloof vinden?’
Een pessimistische noot, die erop wijst hoe moeilijk
het is om te blijven geloven dat vrede en recht het zullen halen op
verdrukking en onrecht; dat Gods rijk uiteindelijk zal doorbreken.
Een hoopvol teken is dat het precies dit weekend de
Werelddag is van het Verzet tegen extreme armoede.
Op 17 oktober 1992 werd die datum voor het eerst door
de Verenigde Naties uitgeroepen tot Werelddag. Hij heeft zijn verre
wortels in de inzet van een Pools priester, Père Joseph Wresinski, die
zelf in een armenwijk rond Parijs was opgegroeid en later, als priester,
werkte in het daklozenkamp van Noisy-le-Grand (Parijs). Die dag groeide
uit tot een samenkomst van de allerarmsten, hun partners en de hele
gemeenschap. In diverse wereldsteden komen ze vandaag bijeen om te
getuigen van het onrecht dat armoede heet.
Het motto van deze dag is ontleend aan een manifest van
Wresinski: Niet versagen, maar blijven verlangen en biddend
aandringen, dat het goed mag komen en Gods Rijk van vrede en gerechtigheid
mag zegevieren.
Gerard Braet, o.p., Knokke |
| |