Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  17 janari - tweede zondag afdrukken  Word-document
 

 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Jesaja 62,1-5
Johannes 2,1-12

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Wijn in Kana

Zes kruiken van ieder ongeveer 100 liter, 600 liter wijn! Aan geen van Jezus' wonderen werd ooit zo getwijfeld als aan dit. Niet omdat het onmogelijk lijkt: wie doden kan opwekken, kan ook wijn scheppen uit water, maar omdat men er de zin niet van inzag.
Een blinde genezen, dat is een verstaanbaar teken van Gods barmhartigheid, maar wie heeft er baat bij als een groepje bruiloftsgasten een massa uitstekende wijn cadeau krijgt?

Onlangs hadden we in ons jeugdlokaal een jongerenviering waar ook het evangelie van Kana werd voorgelezen. In zo'n vertrouwelijke sfeer kan je vragen stellen en krijg je ook meteen een antwoord. Direct legden ze het uit: als je in Jezus gelooft, verandert je leven, het wordt een feest. Iemand zei: als je geeft, als je 'schenkt', dan komt er wijn, dan wordt het een feest.
Wat die jongeren spontaan aanvoelden, ligt niet ver af van Johannes' bedoelingen: hij vertelt juist geteld over zeven tekenen van Jezus: wijn in Kana, een zieke geneest, een lamme loopt, een storm wordt gestild, 5.000 hongerige mensen eten, een blinde ziet, Lazarus verrijst. Telkens worden die tekenen verbonden aan de reacties van mensen: ze geloven of geloven niet, of Jezus wekt hen op om te geloven.

Aan het slot van zijn boek schrijft Johannes: ik heb er zeven uitgekozen uit de vele, opdat u zoudt geloven... en leven. En telkens worden die tekenen door Johannes ook gekoppeld aan een feest: het eerste paasfeest, een niet nader genoemd Joods feest, het Loofhuttenfeest, het tempelfeest, het tweede paasfeest. En ook dit verhaal begint met een feest: de bruiloft van Kana.
Het Johannesevangelie werd volledig geschreven vanuit de vreugde van Pasen: het feest van de verrezen Heer, van daaruit geschreven en daar naartoe: om geloof te wekken.

En wij, we geloven toch, we noemen onszelf gelovigen, ‘beminde gelovigen’ worden we genoemd, maar meestal hebben we dat feestelijk gevoel niet. We voelen ons soms zo moe, zo ontgoocheld: alweer een week vóór ons met al die terugkerende dingen met dezelfde mensen. We zien er tegenop: neen, we zitten hier niet allemaal in de feestsfeer van de bruiloft van Kana.

Maar stel je eens het tegenovergestelde voor: dat het alle dagen feest zou zijn, dat je voortdurend nieuwe, intense momenten meemaakt, dat je alle dagen leeft op de top van je bestaan! Dat is ook niet om uit te houden. We hebben af en toe eens een moment dat zo intens is en zo overvloedig, dat we huilen van geluk, of bijna. Af en toe worden we eens overweldigd door een wonder (er gebeurt iets heel speciaals). Maar altijd zo leven, dat zou te veel zijn. We zouden wellicht ontredderd worden door al dat goede.

Toch hebben we die hoogtepunten nodig, want precies daarvan leven we: enkele topervaringen geven ons de kracht om vandaag te leven door die dodende alledaagsheid heen, met onze portie angst, zorgen en verdriet.
Dat is levenskunst, leven uit de herinnering van dingen die je hart vervulden en blijven hopen op weer andere dingen die je leven nog voller zullen maken!

En wat is geloven? Dat is in die korte tekenen van geluk God erkennen en hem danken. Een mens die naast je staat, een ervaring waar je wijs van wordt, het gevoel opnieuw geboren te zijn, zoals in het lied 'zeven maal, zeven maal opnieuw geboren!' Een kans die je krijgt, zomaar, ze valt je in de schoot. En dat weten, zoals miljoenen het vóór je hebben gedaan: dat zijn tekenen van Gods Liefde, van Gods Goedheid.

In dat teken toont Hij zich, en verbergt Hij zich tegelijk, om mijn geloof op te wekken. Lang duurt het niet: een kort teken, zoals titels van sommige boeken zeggen: 'In het voorbijgaan', 'Zien, soms, even'.

Ook Kana was maar een kort teken. Zijn uur was nog niet gekomen. De volheid was er nog niet, ze is er ook voor ons nog niet: wat wijn meer, wat overvloed meer, heel even. Geen uur, geen moment, één ogenblik. En dan komen voor de leerlingen, dan komen voor ons, weer die dagen zonder wijn...

Wat blijft, is enkel het geloof: ik heb Hem gezien, heel even, in het voorbijgaan. En zo leven we verder... tot het volgende teken van leven.

Is het daarom niet dat we hier elke week samenkomen, niet om telkens een hoogtepunt mee te maken, maar om onder een klein teken te vieren dat we geloven in zijn bestendige aanwezigheid. Wie niet van wonderen wil horen, moet ook over de mens zijn mond houden.

Kana bestaat, overal en altijd!

Dries Morel, Gods droom in onze handen. Tabor, Brugge 1984, p. 111-113

 
  Prekenlijst