| Preek van de week |
|
|
||
| 17 janari - tweede zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 62,1-5
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Zes
kruiken van ieder ongeveer 100 liter, 600 liter wijn! Aan geen van Jezus'
wonderen werd ooit zo getwijfeld als aan dit. Niet omdat het onmogelijk
lijkt: wie doden kan opwekken, kan ook wijn scheppen uit water, maar
omdat men er de zin niet van inzag. Onlangs hadden we in ons jeugdlokaal een
jongerenviering waar ook het evangelie van Kana werd voorgelezen. In
zo'n vertrouwelijke sfeer kan je vragen stellen en krijg je ook meteen
een antwoord. Direct legden ze het uit: als je in Jezus gelooft,
verandert je leven, het wordt een feest. Iemand zei: als je geeft, als
je 'schenkt', dan komt er wijn, dan wordt het een feest. Aan het slot van zijn boek schrijft Johannes: ik heb
er zeven uitgekozen uit de vele, opdat u zoudt geloven... en leven. En
telkens worden die tekenen door Johannes ook gekoppeld aan een feest:
het eerste paasfeest, een niet nader genoemd Joods feest, het
Loofhuttenfeest, het tempelfeest, het tweede paasfeest. En ook dit
verhaal begint met een feest: de bruiloft van Kana. En wij, we geloven toch, we noemen onszelf gelovigen,
‘beminde gelovigen’ worden we genoemd, maar meestal hebben we dat
feestelijk gevoel niet. We voelen ons soms zo moe, zo ontgoocheld:
alweer een week vóór ons met al die terugkerende dingen met dezelfde
mensen. We zien er tegenop: neen, we zitten hier niet allemaal in de
feestsfeer van de bruiloft van Kana.
Maar stel je eens het tegenovergestelde voor: dat het
alle dagen feest zou zijn, dat je voortdurend nieuwe, intense momenten
meemaakt, dat je alle dagen leeft op de top van je bestaan! Dat is ook
niet om uit te houden. We hebben af en toe eens een moment dat zo intens
is en zo overvloedig, dat we huilen van geluk, of bijna. Af en toe
worden we eens overweldigd door een wonder (er gebeurt iets heel
speciaals). Maar altijd zo leven, dat zou te veel zijn. We zouden
wellicht ontredderd worden door al dat goede.
Toch hebben we die hoogtepunten nodig, want precies
daarvan leven we: enkele topervaringen geven ons de kracht om vandaag te
leven door die dodende alledaagsheid heen, met onze portie angst, zorgen
en verdriet. En wat is geloven? Dat is in die korte tekenen van
geluk God erkennen en hem danken. Een mens die naast je staat, een
ervaring waar je wijs van wordt, het gevoel opnieuw geboren te zijn,
zoals in het lied 'zeven maal, zeven maal opnieuw geboren!' Een kans die
je krijgt, zomaar, ze valt je in de schoot. En dat weten, zoals
miljoenen het vóór je hebben gedaan: dat zijn tekenen van Gods Liefde,
van Gods Goedheid.
In dat teken toont Hij zich, en verbergt Hij zich
tegelijk, om mijn geloof op te wekken. Lang duurt het niet: een kort
teken, zoals titels van sommige boeken zeggen: 'In het voorbijgaan', 'Zien,
soms, even'.
Ook Kana was maar een kort teken. Zijn uur was nog
niet gekomen. De volheid was er nog niet, ze is er ook voor ons nog niet:
wat wijn meer, wat overvloed meer, heel even. Geen uur, geen moment, één
ogenblik. En dan komen voor de leerlingen, dan komen voor ons, weer die
dagen zonder wijn...
Wat blijft, is enkel het geloof: ik heb Hem gezien,
heel even, in het voorbijgaan. En zo leven we verder... tot het volgende
teken van leven.
Is het daarom niet dat we hier elke week samenkomen,
niet om telkens een hoogtepunt mee te maken, maar om onder een klein
teken te vieren dat we geloven in zijn bestendige aanwezigheid. Wie niet
van wonderen wil horen, moet ook over de mens zijn mond houden.
Kana bestaat, overal en altijd!
Dries Morel, Gods droom in onze handen. Tabor,
Brugge 1984, p. 111-113
|
| |