| Preek van de week |
|
|
||
| 17 janari - tweede zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 62,1-5
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Aan geen enkel wonder van Jezus is
ooit zo sterk getwijfeld als aan dit. Niet omdat het onmogelijk lijkt:
hij kon wel doden opwekken, dus kon hij zeker ook wijn scheppen uit
water. Maar wat voor zin heeft dat? Het moet iedereen opvallen dat de evangelist niet
spreekt van een wonder, maar van een teken. Het begin van de tekenen.
Aan het slot van zijn boek schrijft hij: ik heb er zeven uitgekozen uit
de vele, opdat u zoudt geloven en in zijn naam zoudt leven. Zeven: wijn
in Kana, een zieke geneest, een lamme loopt, een storm wordt gestild,
5.000 hongerige mensen eten, een blinde ziet, Lazarus komt uit zijn
graf.
'Op de derde dag', zo begint het verhaal van het
eerste teken. Dit begin verwijst naar het einde. Het was ook op de derde
dag dat Jezus werd opgewekt uit de dood. Het Johannesevangelie werd
volledig geschreven vanuit de vreugde van Pasen: het feest van de
verrezen Heer, van daaruit geschreven en van in het begin daar naartoe.
Om geloof te wekken.
De betekenis van het eerste teken is, denk ik, dat
liefde tussen mensen van water wijn kan maken. En het laatste teken
betekent dat de liefde van God de dood kan veranderen in leven. De
boodschap van al de tekenen moet dan duidelijk zijn. Waar Jezus kwam en
mensen in hem geloofden, daar bracht hij feestelijke vreugde. Waar de
verrezen en verheerlijkte Jezus Christus in geloof aanwezig wordt
gesteld, waar mensen samenkomen in zijn naam, daar heerst feestelijke
vreugde. Dat zeggen we ook letterlijk als we spreken van een eucharistieviering.
We moeten dan wel echt mčnen wat we zeggen. En wat ons allen betreft,
mogen we zeggen: iedereen die in zijn of haar leven de liefde niet laat
verwateren, mag weten dat God de dood verandert in leven.
Nu terug naar de bruiloft van Kana. De moeder van
Jezus was ook op het feest. Ze heeft een beslissende rol gespeeld. Zij
was het die het opmerkte: ze zitten zonder wijn. We mogen haar zien als
symbool voor al die vrouwen die de dingen eerder zien dan veel mannen.
Jezus had geen oor voor haar stille wenk. Hij reageerde nogal brutaal:
'vrouw, is dat soms uw zaak?' Zoiets zien we vandaag ook gebeuren. Er
zijn vrouwen die vaak heel goed aanvoelen waar het in de kerk aan
mankeert om van geloven weer een feest te maken, maar dan vaak en al te
vlug te horen krijgen: 'vrouw, is dat soms uw zaak?'
Maar Maria liet het er niet bij. Ze ging naar de
bedienden en zei hun, met vertrouwen in haar zoon: 'Doe maar wat hij u
zal zeggen'. En dat deden ze. Ze moeten nogal met emmers gesjouwd
hebben, honderden liters water om de kruiken vol te krijgen. Ook dat
zien we vandaag nog gebeuren. Mannen en ook vrouwen die blijven sjouwen.
Waterdragers die erin blijven geloven en ervoor zorgen dat ons geloven
niet helemaal verwatert, die erop vertrouwen dat het mensen blij kan
maken, steun kan geven, troost en vreugde.
Het is nog altijd zoals op de bruiloft van Kana. Als
het geluk lijkt te verwateren, als de kleur uit je leven weg is, de
glans uit de kerk verdwenen, moet je blijven vertrouwen en blijven
sjouwen. Vroeg of laat kleurt het water weer tot wijn. Kana bestāāt,
overal en altijd!
Geīnspireerd door Dries Morel, Gods droom in onze handen. Tabor, Brugge 1984, p. 111-113, en Cees Remmers, Het woord doen, jaar C, Gooi & Sticht 2003, p. 77-79 J. Delaruelle |
| |