| Preek van de week |
|
|
||
| 28 februari - tweede vastenzondag |
|
|
Lezingen:
Genesis
15,5-18
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Het
verhaal over de gedaanteverandering van Jezus vinden we niet alleen bij
Lucas maar ook, bijna letterlijk, bij Matteüs en bij Marcus. Je zou
bijna gaan denken dat de heren van elkaar hebben afgeschreven... En het
is nog waar ook. Het evangelie van Marcus, het oudste van de drie, was
één van de inspiratiebronnen zowel van Mattheüs als van Lucas - zij het
dat beiden soms heel vrij omsprongen met hun inspiratiebron Op het moment dat we Jezus vandaag in het evangelie
ontmoeten zit Hij in een diepe crisis. Jezus stond dus voor een verscheurende keuze: ofwel trouw
blijven aan wat Hij tot dan toe als zijn roeping had beschouwd en dus het
dreigende risico niet uit de weg gaan, ofwel voor veiligheid te kiezen,
hetzij door ermee op te houden, hetzij door te opteren voor de weg van de
populaire volksheld die stenen in brood kon omtoveren (Denk aan het verhaal
van vorige week over de bekoringen).
Helemaal overstuur gaat Jezus met drie van zijn intiemste
vrienden de berg op om er te bidden. Hij wil zich bezinnen over wat hem op
dit kritieke punt in zijn leven te doen staat. Zijn wikken en wegen en
worstelen met zichzelf verwoorden de evangelisten in een visionair
tafereel waarin Jezus met Mozes en Elia in gesprek gaat over zijn heengaan,
over zijn dreigende dood. Mozes en Elia, de vertegenwoordigers van de Wet en
van de Profeten, die zelf destijds de dorheid, de leegte en de vertwijfeling
van de woestijn getrotseerd hadden, om boven op een berg God te ontmoeten
(Exodus 24,15-18; 1 Koningen 19,8-9). Het staat er wel niet met zoveel woorden,
maar we mogen aannemen dat het voorbeeld van die twee godsmannen Jezus heeft
overtuigd en doen besluiten om door te zetten, om zijn weg ten einde toe te
gaan, tot in Jeruzalem, tot op Golgotha desnoods.
Biddend, daar op de berg Tabor, zag Jezus Goede Vrijdag
opdoemen. De leerlingen waren geen getuige van Jezus' biddend
worstelen met zijn roeping. Ze sliepen. Pas in tweede instantie werden zij
bij het visionaire gebeuren betrokken. Wakker geworden zien zij daar Jezus
staan, op-zijn-paasbest: zijn besluit staat vast, de crisis is voorbij, hij
is tot rust gekomen. In zijn naïviteit wil Petrus die stralende Jezus
vasthouden: "Laten we hier drie hutten maken." Maar al snel worden
Petrus en de zijnen met hun twee voeten op de grond gezet: in een wolk valt
Gods schaduw over hen en klinkt een stem: "Deze Jezus-op-zijn-paasbest
is mijn uitverkoren Zoon; luister naar hem."
En ze hèbben geluisterd; ze zijn met Hem mee op weg
gegaan. Maar zij beseften toen niet dat die weg op Golgotha zou eindigen.
Na Jezus' dood heeft het van de leerlingen - en ook van
de geloofsgemeenschappen van Matteüs, Marcus en Lucas - een moeizame
worsteling gevergd eer het tot hen doordrong dat Golgotha niet het
onrechtvaardige, definitieve einde was; vooraleer zij beseften dat Golgotha
de doorgang was naar Pasen, en de deur opende naar nieuwe hoop. Wat voor
Jezus een in crisis gerijpte beslissing was, was voor zijn volgelingen een
proces van begrijpen achteraf, van aanvaarden en van proberen zin te
geven... Is voor zijn volgelingen vandaag nog steeds een proces van
begrijpen, van aanvaarden en van zin-geven.
Marc Christiaens o.p. (Schilde)
Inspiratiebronnen:
Jo Tigcheler, Vanuit Lucas bezien. Kampen, Kok,
1994, blz. 33-34. |
| |