Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  28 februari - tweede vastenzondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Genesis 15,5-18
Lucas 9,28-36

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

 

 


Een voorsmaak van Goede Vrijdag en Pasen

Het verhaal over de gedaanteverandering van Jezus vinden we niet alleen bij Lucas maar ook, bijna letterlijk, bij Matteüs en bij Marcus. Je zou bijna gaan denken dat de heren van elkaar hebben afgeschreven... En het is nog waar ook. Het evangelie van Marcus, het oudste van de drie, was één van de inspiratiebronnen zowel van Mattheüs als van Lucas - zij het dat beiden soms heel vrij omsprongen met hun inspiratiebron
Hier niet dus. Integendeel. Marcus laat zijn verhaal over de gedaanteverandering voorafgaan én volgen door een uitspraak van Jezus dat Hij veel zal moeten lijden en ter dood zal worden gebracht. En dat drieluik namen zowel Matteüs als Lucas over als één pakket, zonder er iets ingrijpends aan te veranderen. Voor alle drie is het duidelijk dat Jezus’ gedaanteverandering en zijn lijden alles met elkaar te maken hebben. Voor ons, die alleen het verhaal van de gedaanteverandering hebben horen voorlezen, is die link niet zo evident.

Op het moment dat we Jezus vandaag in het evangelie ontmoeten zit Hij in een diepe crisis.
Hij was begonnen, bijna argeloos enthousiast, met in woord en daad de liefdesboodschap van zijn Vader uit te dragen. Wat Hij aanvankelijk niet had ingeschat was, dat zijn consequent kiezen voor armen en rechtelozen, voor tollenaars en zondaars, zoveel kwaad bloed zou zetten bij vooral schriftgeleerden en Farizeeën. Na verloop van tijd voelde hij hun irritatie uitgroeien tot regelrechte vijandigheid. Het drong steeds meer tot hem door dat opkomen voor het recht van rechtelozen niet zonder risico is. Wie het voor hen opneemt komt immers in botsing met het heersende onrecht. Wie armen verdedigt, vormt een bedreiging voor de portemonnee van de rijken. Wie ruimte creëert voor vreemdelingen moet optornen tegen blokvorming van autochtonen. Wie voor onderdrukten wegen naar bevrijding baant, wordt staatsgevaarlijk in de ogen van gevestigde machten.
Zoals het zich liet aanzien zou de spanning wel eens tot uitbarsting kunnen komen, en wie weet... het zou hem misschien zelfs zijn kop kunnen kosten.

Jezus stond dus voor een verscheurende keuze: ofwel trouw blijven aan wat Hij tot dan toe als zijn roeping had beschouwd en dus het dreigende risico niet uit de weg gaan, ofwel voor veiligheid te kiezen, hetzij door ermee op te houden, hetzij door te opteren voor de weg van de populaire volksheld die stenen in brood kon omtoveren (Denk aan het verhaal van vorige week over de bekoringen).

Helemaal overstuur gaat Jezus met drie van zijn intiemste vrienden de berg op om er te bidden. Hij wil zich bezinnen over wat hem op dit kritieke punt in zijn leven te doen staat. Zijn wikken en wegen en worstelen met zichzelf verwoorden de evangelisten in een visionair tafereel waarin Jezus met Mozes en Elia in gesprek gaat over zijn heengaan, over zijn dreigende dood. Mozes en Elia, de vertegenwoordigers van de Wet en van de Profeten, die zelf destijds de dorheid, de leegte en de vertwijfeling van de woestijn getrotseerd hadden, om boven op een berg God te ontmoeten (Exodus 24,15-18; 1 Koningen 19,8-9). Het staat er wel niet met zoveel woorden, maar we mogen aannemen dat het voorbeeld van die twee godsmannen Jezus heeft overtuigd en doen besluiten om door te zetten, om zijn weg ten einde toe te gaan, tot in Jeruzalem, tot op Golgotha desnoods.

Biddend, daar op de berg Tabor, zag Jezus Goede Vrijdag opdoemen.
Maar tegelijk stonden de twee gesprekspartners van Jezus daar ‘in al hun heerlijkheid’ - zo staat er. Wat kan dat anders betekenen dan dat Mozes en Elia iets uitstraalden van de overkant van het graf, van de hemel, van de heerlijkheid Gods? Ze gunden Jezus een blik op wat hem te wachten stond indien hij koos voor trouw ten einde toe. Sterker nog: ook het gelaat van Jezus veranderde van aanblik, zijn kleren werden stralend wit - even wit als van die engelen op paasmorgen in het lege graf (Lucas 24,4). Daar op de Tabor ving hij een glimp op van wat zijn leven zou zijn voorbij de dood. De gedaanteverandering verwijst niet enkel naar Goede Vrijdag, maar ook naar Pasen. Een lichtpunt van hoop en uitzicht in de duisternis van de crisis. Een beloftevol perspectief dat uitnodigt om zijn opdracht gestand te doen, ondanks het onzalige gevoel van mislukking.

De leerlingen waren geen getuige van Jezus' biddend worstelen met zijn roeping. Ze sliepen. Pas in tweede instantie werden zij bij het visionaire gebeuren betrokken. Wakker geworden zien zij daar Jezus staan, op-zijn-paasbest: zijn besluit staat vast, de crisis is voorbij, hij is tot rust gekomen. In zijn naïviteit wil Petrus die stralende Jezus vasthouden: "Laten we hier drie hutten maken." Maar al snel worden Petrus en de zijnen met hun twee voeten op de grond gezet: in een wolk valt Gods schaduw over hen en klinkt een stem: "Deze Jezus-op-zijn-paasbest is mijn uitverkoren Zoon; luister naar hem."

En ze hèbben geluisterd; ze zijn met Hem mee op weg gegaan. Maar zij beseften toen niet dat die weg op Golgotha zou eindigen.

Na Jezus' dood heeft het van de leerlingen - en ook van de geloofsgemeenschappen van Matteüs, Marcus en Lucas - een moeizame worsteling gevergd eer het tot hen doordrong dat Golgotha niet het onrechtvaardige, definitieve einde was; vooraleer zij beseften dat Golgotha de doorgang was naar Pasen, en de deur opende naar nieuwe hoop. Wat voor Jezus een in crisis gerijpte beslissing was, was voor zijn volgelingen een proces van begrijpen achteraf, van aanvaarden en van proberen zin te geven... Is voor zijn volgelingen vandaag nog steeds een proces van begrijpen, van aanvaarden en van zin-geven.

Marc Christiaens o.p. (Schilde)

Inspiratiebronnen:

Jo Tigcheler, Vanuit Lucas bezien. Kampen, Kok, 1994, blz. 33-34.
Ad van Diemen, Gedaanteverandering: licht in de duisternis. In: Kerugma, 38(1994-1995)2, blz. 55-58
.

 
  Prekenlijst