Bij
ons te gast
In zijn roman Schuld en Boete
beschrijft Dostojevski, de Russische schrijver, een alcoholist die aan lager
wal is geraakt. Hij had nochtans uitzicht op een nieuwe baan, hij kreeg
zelfs een voorafbetaling op zijn loon. Zijn vrouw die zwaar ziek is en zijn
kinderen denken dat er nu een nieuw leven begint. Maar het duurt maar een
paar dagen voor hij al het geld er weer heeft doorgejaagd. Hij biedt zijn
dochter als hoertje aan. En hij zit met zijn laatste cent in het café. En
hij voelt zich diep beschaamd, en hoe meer hij drinkt om zijn schande te
vergeten, hoe meer zijn schaamte vergroot. Hij vervloekt zichzelf. Hoe moet
hij aan die ellende ontsnappen?
Dan heeft hij een visioen. Hij ziet zoals het zal zijn bij de komst van het
Rijk Gods. Jezus zal tot de goeden en rechtvaardigen zeggen : "Ga
binnen in de zalen die ik jullie heb bereid". En dan zal Jezus zeggen:
"Komen jullie nu ook: rovers, bedriegers, echtbrekers, illegalen,
hoeren, dronkaards, kom allemaal ook hier!"
Dan zullen de rechtvaardige en goede mensen zeggen : "Maar Heer, waarom
roept u ook die slechte mensen?" En Jezus zal hun antwoorden :
"Omdat niemand van hen ooit had kunnen denken dat waard te zijn."
(uit Drewermann: Taal voor de ziel. Jezus bevrijdende verhalen, blz.
78)
Dit verhaal past heel goed bij het evangelieverhaal van Zacheüs. Zacheüs
was klein zegt het verhaal. Hij was ook klein van reputatie. Iedereen keek
hem met de nek aan. Hij was tollenaar. Een soort ambtenaar van belastingen.
Maar hij inde die belastingen wel voor de Romeinse bezetter. En het was de
gewoonte bij de tollenaars om de mensen veel meer te doen betalen dan nodig
was. Hij was dus alles te gelijk, een collaborateur (een soort NSB-er), een
afperser, ook Joods gezien onrein omdat hij omging met heidenen. Zacheüs
wist dat, hij was er zelfs beschaamd over. In het scheppingsverhaal staat :
toen Adam en Eva van de verboden vrucht hadden gegeten en beschaamd waren elkaar naakt
te zien, bedekte ze hun lendenen met wat vijgenbladeren. Zacheüs is zo
beschaamd dat hij helemaal wegkruipt in een vijgenboom, helemaal verborgen
achter de grote vijgenbladeren.
En dan komt toch, zoals voor de dronkaard van Dostojevski, als een visioen:
Jezus nodigt uitgerekend hem uit zijn vijgenbladeren af te leggen, hij moet
naar beneden komen, en Jezus komt bij hem op bezoek. Hij had nooit kunnen
denken dat waard te zijn. En de anderen morren dat Jezus bij deze zondaar
zijn intrek heeft genomen. En zelf keert hij zijn leven om : bij deze schenk
ik de helft van mijn bezit aan de armen, en als ik aan iemand iets afgeperst
heb, geef ik het hem viervoudig terug.
Een pikant detail in het verhaal is dat de tollenaar niet zegt: Ik hou er
mee op tollenaar te zijn. Want wat zou hij moeten doen om zijn brood te
verdienen voor zichzelf en zijn gezin. Niemand zou hem een kans willen
bieden. Iedereen keert zich van hem af. Jezus vindt dus dat hij tollenaar
kan blijven en toch erkend door Jezus, toch rechtvaardig bevonden. Jezus
kijkt niet naar het uiterlijk. Maar naar het hart…
De kerk vooral de bisschoppen kunnen nog veel leren van Jezus’ houding.
Mensen die aids hebben, mensen die gescheiden zijn, mensen die homo zijn, of
mensen die abortus hebben gepleegd… De kerk blijft er dikwijls hard
veroordelend tegenover. Ze kijkt er niet naar dat mensen dikwijls niet
anders konden, door ongeluk of pech zijn ze in een straatje gesukkeld waar
ze niet of moeilijk uit kunnen komen… Zoals die tollenaars… Jezus
veroordeelt niet. Jezus kan hun schaamte en onmacht verstaan. En hij gaat
bij hen op bezoek. Ik zou die houding wat meer willen horen bij de leiders
van onze kerken.
En wij mogen ons gelukkig prijzen. De Heer kent onze onmacht. Hij begrijpt
ons. En hij komt bij ons eten. Normaal zeggen wij: wij gaan naar de mis,
wij gaan naar de kerk, en daar ontvangen wij Jezus.
Met het verhaal van Zacheüs voor ogen mogen wij ook zeggen : wij zitten
hier, zoals we zijn, dit hier is onze thuis. Wij wonen hier tijdelijk of
voor altijd op de Leur. En hier komt Jezus ons bezoeken. "Vandaag wil
ik bij u te gast zijn", zegt Jezus. "Je had misschien niet gedacht
dat je dat waard was. Jij bent een mens waarvan Ik hou. Het mag feest zijn
bij jou, in jouw huis. Wie je ook bent geweest, wat je ook hebt misdaan, het
maakt niet uit. Leg je schaamte om wat er misschien is gebeurd maar af. Kom
laat de vijgenbladeren om je weg te stoppen maar vallen. Maaltijd wil ik bij
jou houden."
Belijden wij ons geloof in deze blijde boodschap voor ieder van ons.
Martin Claes