Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  7 maart - derde vastenzondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Exodus 3,1-8.13-15
Lucas 13,1-9

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Vragen over het lijden

Wat vragen en antwoorden over het lijden betreft, is er sinds de tijd van Jezus niet veel veranderd. Er zijn twee soorten lijden: het lijden dat mensen elkaar aandoen en het lijden dat ons overkomt. Lucas schrijft dat mensen aan Jezus komen vertellen wat er gebeurd was in de tempel, toen Galileeërs aan het offeren waren. Soldaten van Pilatus die in de tempel waren binnengedrongen hadden koelbloedig Galileeërs vermoord. Blijkbaar was het gebeurd in de paastijd. Toen mochten de mensen zelf hun paaslam slachten. Tijdens de paastijd liep Jeruzalem vol. Pilatus was dan altijd aanwezig in de stad, want hij was bang voor opstootjes. Blijkbaar was er een opstand van Galileeërs geweest. De meeste verzetsstrijders tegen de Romeinen kwamen uit Galilea. Jezus zal niet onverschillig geweest zijn voor de wrede moord op zijn streekgenoten. Wij waren ook diep onder de indruk van de tientallen missionarissen en missiezusters die, destijds in Kongo, vermoord werden door de Simba’s.

Onze kranten staan dagelijks vol over het lijden dat mensen elkaar aandoen: Israël, Irak, Afghanistan, Pakistan, enz.
Er is ook het lijden dat ons overkomt. Jezus geeft zelf een actueel voorbeeld van een toren bij Siloam die ingestort was en achttien mensen het leven kostte. Rampen zijn van alle tijden. We hebben er veel meegemaakt de laatste tijd De ergste was de aardbeving in Haïti. En de treinramp in Buizingen ligt nog vers in het geheugen. Dan is er nog het vele lijden van mensen die sterven aan een ziekte. Dat alles overkomt ons zomaar. En wij weten er ook geen antwoord op.

Bij monde van Lucas geeft Jezus alvast één antwoord: die vermoorde Galileeërs en die achttien slachtoffers van de ingestorte toren van Siloam zijn niet door God gestraft! Want dat was de algemene opinie in Jezus’ tijd: wie op zo’n wijze om het leven kwam, was gestraft door God, om het één of ander dat hij of zij mispeuterd had. Ook nu nog denken mensen zo als ze zeggen: ’Boontje komt om zijn loontje’ of ‘Ieder krijgt wat hij verdient.’ Een opvatting die fataal wordt als je zegt: ‘Die mens doet het slecht, dus hij IS slecht!’ Jezus zei daarop duidelijk ‘neen!’ God is geen God van wraak en vergelding. God mogen we niet ter verantwoording roepen voor misdaden van mensen of voor het lijden dat ons overkomt door rampen of ziektes. Jezus roept ons ter verantwoording voor het lijden dat we elkaar aandoen. ‘Bekeer je’ is zijn oproep. Hou er mee op elkaar de dood aan te doen, door al die oorlogen en wereldwijde conflicten! Hou er mee op in je eigen leventje ruzie te maken om bagatellen of om je eigen persoontje veilig te stellen!

Maar wat met de vraag naar het lijden dat ons overkomt? Waarom al die rampen, al die ongelukken, al die dodelijke ziektes? Zit God dan daar voor niets achter? Als het geen straf van hem is, wat is het dan wél?

Jezus liet die vraag liggen. We krijgen geen antwoord op de vraag naar het waarom van dit ongevraagd en onschuldig lijden. Tot het einde toe is dat zo gebleven. Het meest onbegrijpelijke van Jezus’ kruiswoorden is zijn uitroep: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten’ (Marcus 15,34). Is dit het gevoel van Jezus dat God zelf Hem ontnomen was? Is dit de ineenstorting van alle zin en betekenis? Is niet de kern van je leven, door deze woorden, uit je leven weggehaald? In deze volslagen verlatenheid en leegte hebben velen geschreeuwd: ’Waar is God nu?’ Maar een antwoord kregen ze niet. Als we in uiterste doodsnood geen woorden meer hebben, dan kunnen we Jezus’ kruiswoord gebruiken. We kunnen dan niet meer doen dan erop vertrouwen dat God er is. Hopelijk kunnen we dan toch het laatste kruiswoord van Jezus nazeggen: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’

Het is niet gemakkelijk om tot dit vertrouwen en deze overgave te komen; ook niet om het lijden dat we elkaar aandoen te stoppen. Daarom laat Lucas Jezus de parabel vertellen van de onvruchtbare vijgenboom. Al drie jaar draagt hij geen vrucht. De reactie van de wijngaardenier tot zijn knecht is begrijpelijk: ‘Hak hem om!’ Maar de knecht vraagt geduld voor die mislukkeling. Hij zal er nog eens goed voor zorgen. Nog eens de grond omspitten en mest aanbrengen. Misschien draagt hij volgend jaar wél vrucht.

Gods wezen is barmhartigheid en dus geduldige liefde. Als we zo zijn, dragen we vrucht; zoals die knecht die de vijgenboom nog een kans geeft; zoals een leerkracht die nog maar eens probeert begrijpend te praten met een steenezel in haar klas. Er zijn van die mislukkelingen, onvruchtbare zorgenkinderen, die aan ons zijn toevertrouwd en ons tot de rand van de radeloosheid brengen. ‘Bekeer u’ is dan altijd opnieuw blijven geloven in mensen. Investeren in mensen, in geduld en vertrouwen. Als wij al sommige mensen afschrijven, kan het ook wel een beetje aan onszelf liggen. Misschien hadden we te weinig aandacht en liefde en gaven we té weinig kansen aan de ander om anders te worden?

Authentieke liefde gaat dwars door alle berekeningen en beredeneringen heen. Dit heeft God ons geopenbaard in het leven van Jezus van Nazareth.

Rob Moens, dominicaan, Genk

Inspiratie: Timothy Radcliffe, De zeven laatste woorden. Averbode

 
  Prekenlijst