Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  31 januari - vierde zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Jeremia 1,4-5.17-17
Lucas 4,21-30

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

 

 

 


Een teken van tegenspraak

Wie voor het eerst in het publiek optreedt is min of meer verplicht zichzelf voor te stellen en zijn programma kenbaar te maken.
Op een vrijdagavond heeft zich in de synagoge van Nazaret iets dergelijks voorgedaan toen Jezus voor het eerst in het openbaar verscheen en zich als predikant aanbood in de synagoge van zijn vaderstad. Meteen presenteerde hij zijn levensprogramma. Hij verklaarde dat met hem de schriftwoorden uit de boekrol van de profeet Jesaja waaruit hij had voorgelezen, in vervulling zouden gaan. De reacties van de toehoorders waren achtereenvolgens bewondering, verbijstering en woede.

In zijn beschrijving van deze reacties op Jezus' optreden heeft Lucas zich laten beïnvloeden door wat hij zelf, jaren later, in de jonge kerkgemeenschap zag gebeuren. Eerst bewondering en daarna afwijzing. Je vindt dat ook duidelijk terug in wat de apostel Paulus meemaakte op zijn missietochten. Hij ging altijd eerst naar de synagoge. Aanvankelijk luisterden de Joden met instemming. Maar als er zich enkelen bekeerden, werden ze naijverig en joegen hem de stad uit. En dan richtte hij zich tot de heidenen.
Lucas projecteert die missionaire ervaringen van de jonge kerk in dit eerste optreden van Jezus.

Het inzicht dat mensen kunnen veranderen, dat het ongeluk dat wij onszelf en andere aandoen geen doem of noodlot is, dat inzicht is het beginsel van Israëls verwachting. En die verwachtingen komt Jezus inlossen. Er was bewondering omwille van de hoopgevende en bevrijdende boodschap. Het was goed nieuws en kon niet anders dan worden toegejuicht.

Maar de stemming veranderde in verbijstering en woede zodra ze hoorden dat zijn stadsgenoten niet moesten denken dat zij een voetje voor hadden op anderen. God laat zich niet omkopen. Een echte profeet laat zich dan ook door niemand monopoliseren, ook niet door bloedverwanten of volksgenoten. Jezus maakte hun dat duidelijk met een spreuk waarmee hij liet verstaan dat geen enkele profeet zijn vaderstad begunstigt, in de betekenis van voortrekken ten nadele van iemand anders.

Deze princiepsverklaring illustreerde Jezus met het voorbeeld van twee oudtestamentische profeten. Elia en Elisa hebben in hun eigen land geen wonderen gedaan, maar wel in de omliggende heidense gebieden. Welnu, die verhalen van weleer maken opnieuw geschiedenis. Buiten de eigen beperkte kring vind je authentiek geloof en gebeuren er wondere dingen.

Zo zien we dat Jezus een teken van tegenspraak wordt. Zoals elke profeet komt hij weerbarstig over, want wat hij zegt staat vaak haaks op wat mensen denken en willen. Dat is het profetenlot waar ook Jeremia innerlijk door verscheurd werd. Tegen wil en dank was hij profeet, maar hij kon niet anders dan die taak op zich nemen want van de moederschoot af was hij geroepen om sterk te staan in de dienst voor recht en gerechtigheid. "Ik zal je sterk maken als een ijzeren zuil, een koperen muur, een versterkte stad." Suggestieve beelden die de grondstructuur blootleggen van elke mens die gedreven wordt en intens met God verbonden leeft.

Een soortgelijke innerlijke stevigheid en zielenkracht stelde Jezus in staat midden tussen zijn tegenstanders door te lopen. Hiermee suggereert de evangelist dat Jezus spijts zijn verwerping en kruisdood uiteindelijk in Gods hand gebleven is. Hij is de Levende die tot op vandaag zijn bevrijdend woord tot ons richt.

Graag lees ik u als afsluiting een sprekende verwerking van dit evangelieverhaal voor. Ze is geïnspireerd door de beginzin van Marga Minco's roman Het bittere kruid.

"Het begon op een dag, dat mijn vader zei: we gaan eens kijken of iedereen er weer is." Zo ongeveer moet het ook gegaan zijn in de synagoge van Nararet. Dorpsgenoot Jezus voert er het woord. Daarom gaan ze eens kijken of iedereen er weer is: de schriftgeleerde, de dorpsoudste, de tollenaar, de timmerman, de smid, de bakker,de koosjere slager, de boeren en de herders van het veld. Ze kennen elkaar, de sociale controle is groot, geen ontkomen aan. Ze kennen de woorden van de Schrift en verstaan die eenduidig. Als de Schrift spreekt van goed nieuws voor armen, gevangenen, blinden en verdrukten, dan verstaan ze dat, dat is Gods woord, zo zal de Enige doen, eens, ooit.

Maar hoe onthutsend, dorpsgenoot Jezus leest die gewijde woorden en sluit dan af met een heel nuchter: 'Dat ga ik doen, nu, vandaag'. Daar staan ze, de schriftgeleerde, de dorpsoudste, de tollenaar en al die anderen. Ze kennen zijn vader Jozef toch zeker? En wat voor moederschoot geeft hem het recht zo te spreken? Ergernis alom.

Ze gingen kijken of iedereen er weer was, maar er was één die eruit sprong. Maar dat kan niet: gelijke monniken, gelijke kappen. Dan moet die ene ook maar weg, voorgoed het dorp uit. Op de dag dat ze gingen kijken of iedereen er weer was, op die dag begon het.

Gerard Braet o.p.

 
  Prekenlijst