| Preek van de week |
|
|
||
| 14 maart - vierde vastenzondag |
|
|
Lezingen: Jozua
5,9-12
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
De
parabel van de verloren zoon is het laatste verhaal in een reeks van
drie. Alle drie hebben ze hetzelfde thema dat inspeelt op de
verontwaardiging van de Joodse religieuze overheden. 'Die man gaat
eten met zondaars!' Een herder laat zijn 99 schapen achter en gaat
op zoek naar het honderdste dat verloren is. Hij vindt het. Een
vrouw keert haar huis ondersteboven, op zoek naar de ene verloren
drachme. En ze vindt het kwijt geraakte geldstuk. En dan de verloren
zoon. In het derde verhaal zitten drie verschillen. De
jongste zoon is niet als een dwaas schaap: hij loopt verloren, wetens en
willens. Ten tweede, hij wordt eigenlijk niet gezocht maar keert zelf
terug, hij gaat op zoek naar zijn vader en zijn thuis. Maar, ten derde en
vooral, er is de oudste zoon. En die mort tegen zijn vader. Wat denkt die
vader wel: eten en kleren en geld verkwisten aan een verlopen nietsnut, en
ik heb daar hard voor gewerkt! Hier wordt het gezichtspunt omgekeerd, of juister,
teruggekoppeld naar het begin. Hier blijkt pas goed aan wiens adres het
hele verhaal verteld en geschreven is: aan het adres van de deftige lieden
die nooit eens uit de band lijken te springen en dat ook duidelijk zeggen.
Herinner u de inleiding van het verhaal: de morrende Farizeeën en
schriftgeleerden. Samen aan tafel met verlopen zondaars, dat kan toch
niet! Misschien zou het goed zijn dat we de titel boven de
parabel veranderen: niet van de 'verloren gelopen', maar van de
'thuisgebleven' zoon. Of beter en juister nog misschien: van de ‘vergevende,
de vrijgevige vader'. Zo zien we het verband met andere verhalen van het
evangelie. Maar dat is het nu juist. Jezus in wie God in
menselijkheid verschijnt, laat telkens weer zien: God is anders. U hebt
het hier onlangs nog gezongen: "Hoe is uw naam, waar zijt gij te
vinden?" God is telkens weer elders en anders dan we zouden
verwachten. Zij die menen hem te kennen, komen telkens weer voor
onthutsende verrassingen te staan. Ze worden tegen de haren in gestreken.
Daarom ook zag Jezus zich als het ware verplicht te waarschuwen: gelukkig
zij die door mij niet worden geschandaliseerd (zie Lucas 7,23). Jezus
heeft schandaal verwekt. Het grootste schandaal is dat van zijn kruis.
Maar juist op die manier heeft hij God zijn vader laten kennen zoals hij
werkelijk is. De parabel is ook voor ons geschreven. Je weet
natuurlijk nooit, maar ik neem aan dat niemand hier zich herkent in de
jongste zoon. In de oudste zoon? Zijn vader antwoordt hem: mijn jongen,
jij bent altijd bij me en alles wat van mij is ook van jou. Maar er moet
feest en vrolijkheid zijn. Dus hou op met morren. De oudste zoon wordt voor de keuze geplaatst: ofwel in
de houding van de vader treden, vergeven en vrijgevig zijn, ofwel
volharden in zijn eigen gezichtspunt en zijn vader afwijzen. Elders in het
evangelie staat het hetzelfde anders gezegd: 'Wees heilig, zoals uw
hemelse vader heilig is, dit wil zeggen: 'wees barmhartig, zoals uw hemels
vader barmhartig is.' Wij staan voor eenzelfde keuze. We hebben persoonlijk
geen schuld aan de honger en de ellende in de derde en de vierde wereld.
We kunnen er zeer weinig aan doen. want zo rijk en zo machtig zijn we
helemaal niet. We kunnen de echte rijken en de machtigen met de vinger
wijzen en misschien hebben daarin nog gelijk ook. Maar hier is dat naast
de kwestie. Als we lezen hoe God in het evangelie geopenbaard wordt als
een vergevende en ongelooflijk vrijgevige God, en we weten dat het voor
ons is geschreven, hebben we als gelovigen geen andere keuze. Dat is de
God die we niet mogen teleurstellen en wiens aangezicht we niet mogen
verduisteren. We moeten erop bedacht zijn dat door onze wijze van leven
geen mensen worden teleurgesteld die in nood en verlatenheid bidden: 'Doe
uw aangezicht over ons lichten, eeuwige God, wij willen u zien.' Ik wens het u toe, goede vrienden, en ik hoop dat u het
mij ook wenst: dat we het aangezicht van de vrijgevige God in wie we
proberen te geloven, niet zouden verduisteren. B.J. De Clercq o.p. |
| |