| Preek van de week |
|
|
||
| 7 februari - vijfde zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 6,1-8
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
En zo gebeurde het op een morgen aan de oever van het meer. Jezus zag twee boten zag liggen en stapte in die van Petrus. Hij vroeg hem weg te varen niet ver van de oever vandaan, vanwaar hij de menigte zou toespreken. Na zijn onderricht zei hij tot Petrus: "Vaar nu naar diep water en gooi daar de netten uit om te vissen." Petrus zei dat ze de hele nacht door gewerkt hadden maar niets hadden gevangen. "Maar omdat u het vraagt, zal ik in diep water de netten uitgooien." Wat heeft Petrus in beweging gebracht? Dat hij op één enkel woord en zonder enig vooruitzicht op succes opnieuw scheep gaat is toch meer dan ongebruikelijk. Waren het de woorden van Jezus die hij zonet heeft gehoord? Het evangelie rept met geen woord over wat Jezus had gezegd.Toch kunnen we ons best voorstellen dat Jezus die
morgen gesproken heeft zoals bij andere gelegenheden: 'Een mens
leeft niet van brood alleen.' - " Maakt je geen zorgen over
wat je zult eten en hoe je je moet kleden.' Juist op het moment dat hij de balans van zijn leven aan het maken was zei Jezus: 'Vaar naar diep water'. Wat eigenlijk betekent: vaar naar de diepere laag van je bestaan. Daar waar je in aanraking komt met de kern, de bron van je bestaan. 'Werp daar de netten uit, zodat de diepte van het leven kan oplichten en je mag inzien waartoe we bestaan. Nadat Petrus de raad van Jezus had opgevolgd, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren.Een weelde van leven opent een nieuwe dimensie. Petrus was verbijsterd om dit wonder. Hij ontdekte op datzelfde ogenblik wat voor hem 'leven' betekende. Hij besefte dat het leven niet afhangt van datgene waardoor wij ons in leven houden. Maar wél wat aan ons bestaan zin geeft en inhoud. Hij is tot dat besef gekomen niet zozeer door de woorden die Jezus had gesproken, maar vooral door de rijkdom van zijn ontmoeting met Jezus. Nu Petrus dit in alle helderheid besefte achtte hij zich onwaardig. 'Ga weg van mij, ik ben een zondig mens.'Het is wonderlijk wat Jezus tegen Petrus zei: "Wees niet bang." Helemaal gericht tegen de angst die de beginnende rijkdom van zijn hart overwoekerde. En toen Petrus zich weer oprichtte, werd het hem duidelijk dat hij nu - zijn eigen armoede beseffend - begrip zou opbregen voor de armoede van de anderen. Dat hij in het besef van zijn eigen fouten geduld zou hebben voor de verwarring in het hart van de anderen. Dat hij - op grond van wat hij had ervaren - nooit en niemand meer zou verachten, beoordelen en veroordelen. De richting, het perspectief van zijn leven onderging een grondige wijziging. Hij liet de lege netten achter voor wat ze waren. Voortaan wist hij waarvoor hij leven wilde. En Jezus voegde er iets aan toe dat een totale verrassing moet geweest zijn. "Van nu af zul je mensen vangen."Petrus, wiens naam ‘rots’ betekent en op wie Jezus zijn kerk heeft gebouwd, stellen we doorgaans voor als de rots in de branding. Uiteindelijk ging het om dat kleine verloren leven van Petrus. En het gaat ook om dat kleine verloren leven van ons op vandaag die bruikbaar zijn in de handen van God. Elkaar dragend, respectvol en met aandacht, stil en zacht en met geduld, tot nieuw leven zich ontvouwt en openbloeit. Dat Is wat Jezus ‘vangen van mensen’ noemde. Het wonder van nieuw gewonnen leven. Van een nieuw gewonnen vrijheid die wij ontvangen als genade uit de handen van God. Die gewild heeft dat wij voluit leven in vrijheid. Daartoe zijn we net als Petrus en de leerlingen geroepen. Tot bevrijding van mens en wereld.Maria Wittevrongel |
| |