| Preek van de week |
|
|
||
| 21 maart - vijfde vastenzondag |
|
|
Lezingen: Jesaja
43,16-21
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Sensatiezucht
lijkt ons ingebakken. Er gebeurt op de snelweg een verkeersongeval, en
aan de overkant zie je weldra een kijkfile. Breekt er een brand uit, of
heeft zich een gezinsdrama voorgedaan, dan komen er vlug ramptoeristen
op af. De media spelen er gretig op in en ze zien hun verkoopcijfers
stijgen. De echte sensatie van het verhaal is de manier waarop de
schriftgeleerden en Farizeeën in hun hemd werden gezet. Zij hadden de vrouw bij
Jezus gebracht. Het was hun niet om haar te doen, maar om hem. Ze waren er
alleen op uit hem in de val te lokken. Ze dachten dat hij onmogelijk kon
ontsnappen. Als hij op hun vraag 'ja' antwoordde, zondigde hij tegen de wet van
de Romeinse bezetter die publieke steniging verbood. Antwoordde hij 'neen', dan
ging hij in tegen de wet van Mozes, en sterker nog, tegen zijn eigen prediking:
'Wie met begerige ogen naar een vrouw kijkt, heeft met haar al overspel
gepleegd' (Matteüs 5,28). Maar Jezus zei niets. Hij deed zoals God, die het
gesprek weigert met wie geen eerlijke vragen stelt.
En na enkele ogenblikken deed hij zijn sensationele
uitspraak: wie zonder zonde is mag van mij de eerste steen werpen. Je kunt er
ongetwijfeld plezier aan beleven als je leest hoe Jezus de officiële hoge
heren, die misschien wel met geile blikken naar de vrouw stonden te gluren, te
grazen heeft genomen.
Maar je hoeft niet lang na te denken om in te zien hoe groot het gevaar is dat in Jezus' uitspraak kan schuilen.
Geen mens zal zich aanmatigen dat hij een volstrekt zuiver geweten heeft. Dan
zal niemand nog een straf kunnen uitspreken en vragen dat ze wordt uitgevoerd.
En dan zal ook niemand zich nog storen aan de wet, alle strafwetten zijn
buitenspel gezet. In sommige wijken van Brussel (onder andere!) kunnen ze ervan
meespreken. Waar straffeloosheid heerst, wordt het samenleven onveilig en op
termijn onmogelijk.
Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Wetten
zijn er om nageleefd te worden en overtredingen verdienen straf, tenzij ze door
een hogere wet wordt uitgewist. Maar wetten hebben niet het laatste woord. Wie zonder zonde is... Niemand van ons is zonder zonde. Het
moet ons motiveren om de stenen die we voortdurend in handen houden om op elkaar
te mikken en te gooien, in het zand laten vallen. Het kan ons helpen om af te
druipen uit ons grote gelijk en onze betweterigheid. Om af te zien van ons
aanmatigend oordeel over wat er in alles en iedereen scheefloopt. Als we
ootmoedig de hand in eigen boezem steken, komen we met onze zonde en ons kwaad,
onze kleinheid en ons onvermogen oog in oog te staan met de God van heiligheid
en erbarmen.
De laatste week van de vastentijd geeft ons nog de tijd om
ons te bekeren. In het licht van het evangelie zien we twee klemtonen die we
moeten leggen. Bekering wil zeggen zich een juist oordeel leren vormen over goed
en kwaad; radicaal kiezen voor het goede en consequent het kwade afwijzen.
Bekering houdt, ten tweede in, dat we niet oordelen over het hart van
medemensen, ook niet over het hart van de schuldige, door wetten van mensen
veroordeelde mensen. En zeker niet over het hart en de levenskansen van de door
woorden, vermoedens, veronderstellingen en verdachtmakingen bezwaarde en
uitgestoten mensen. Meer dan wie ook zijn ze toevertrouwd aan onze
barmhartigheid.
Geïnspireerd door Paul Schollaert, Zondagse woorden,
Lannoo, Tielt 2008,p. 509-512
J. Andersen |
| |