| Preek van de week |
|
|
||
| 4 maart - paasmorgen |
|
|
Lezingen: Handelingen
10,34-43
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Waar
waren de heren apostelen? Op één na waren ze allen gevlucht. Ze hadden
hun geliefde Meester in de steek gelaten toen hij werd aangehouden, ter
dood veroordeeld en met het kruis op zijn schouder naar Golgota optrok.
Alleen de leerling van wie Jezus veel hield was bij hem gebleven, samen
met de moeder van Jezus en nog enkele andere vrouwen, onder wie Maria
van Magdala. Uit angst en in paniek waren allen weggelopen en hielden
zich ergens verborgen. Was er Jozef van Arimatea niet geweest om zich
over het dode lichaam van Jezus te ontfermen, dan was hij aan het kruis
blijven hangen en in een massagraf begraven zoals zovele andere tot de
kruisdood veroordeelden. Het moet gezegd worden: de vrouwen hebben zich moediger
getoond. Allereerst zijn moeder Maria, die in dit uur van lijden en dood aan
zijn zijde is gebleven en alles heeft meegemaakt. Andere vrouwen die met Jezus
uit Galilea naar Jeruzalem waren meegekomen, hebben hun medeleven betoond met
het lijden van Jezus.
Wat is er precies gebeurd bij het lege graf van Jezus? Iedere
evangelist vertelt zijn eigen verhaal. Bij alle vier gaan er vrouwen naar het
graf om Jezus' lichaam te balsemen. Drie van hen vertellen over een engel (twee
volgens Lucas en Johannes) die (behalve bij Johannes) aan de vrouwen zegt dat
Jezus uit de dood is opgestaan en die hen opdraagt het aan de leerlingen te gaan
meedelen. Marcus schrijft dat de vrouwen geschrokken wegvluchtten en in alle
talen zwegen over wat ze gezien en gehoord hadden. Volgens Lucas gingen ze het
aan de apostelen vertellen, maar die geloofden hen niet.
Het verhaal van het Johannesevangelie wijkt sterk af van de
andere. Het brengt één vrouw op de voorgrond, Maria van Magdala. Zij is de
enige die zich nog vóór zonsopgang naar het graf begeeft. Ze gaat er troost
zoeken. Als ze ziet dat de grafsteen is weggerold en het graf leeg is, rent ze
in paniek naar de apostelen. Twee van hen lopen naar het graf en zien wat Maria
van Magdala zag. Ze begrijpen het niet en gaan weg. Maria van Magdala blijft. Ze
weent. Ze houdt het niet voor waar dat Jezus er niet meer is. Ze zoekt hem.
Liefde capituleert niet. Vlucht niet weg. Maria van Magdala blijft. Ze zal de
eerste zijn die Jezus ziet. Niet een gestorven Jezus, maar de levende Heer.
Paasmorgen is de belangrijkste dag in de mensengeschiedenis.
Want Jezus is uit de dood opgestaan. Sinds paasmorgen is de wet van de dood
gebroken. Sterven is niet langer het eindstation. De dood heeft niet langer het
laatste woord. De mooiste morgen aller tijden gaat niet gepaard met
trompetgeschal. De media zijn er niet bij. Ook geen mensenzee. Enkel een vrouw
staat daar die weent. Het eerste woord van de overwinnaar van de dood is gewoon
een vraag van medeleven: Waarom ween je? Na zijn verrijzenis is zijn eerste
zorg: troosten. Ooit komt de dag dat God al onze tranen zal drogen. Deze dag is
reeds op paasmorgen begonnen. 'Maria', zei Jezus. En ze herkende hem. Hij is
het. Hij leeft!
Sinds die paasmorgen heeft Jezus duizenden mensen bij hun
naam geroepen, ook de heren apostelen, die hij zijn broeders noemde. Ook ons
roept hij bij naam, u en mij. Ook onze tranen wil Hij drogen. Duizenden mensen
heeft Hij de zending gegeven dit goede nieuws te brengen. Vandaag kom ik tot u
met deze vreugdevolle boodschap: Jezus is verrezen. Hij leeft!
Zalig Paasfeest!
P. Stef
Met dank aan Mgr Christoph Schönborn, Pensées sur
l'Évangile de Marc. Parijs 2006 |
| |